Ik denk dat het met één docent begon die wel eens ‘wat anders’ wilde en dat daarna steeds meer docenten het zijn gaan overnemen en het uiteindelijk een vast uitgangspunt werd.

Waar ik het over heb?

Het verschijnsel dat lessen niet meer saai mogen zijn voor pubers. Grammaticaregels moeten vooral op verschillende, liefst digitale, manieren worden aangeboden en mogen vooral niet worden gepresenteerd als ‘regels die je nou eenmaal moet leren’.

Leerlingen woordjes in het hoofd laten stampen staat bijna gelijk aan vloeken in de kerk. Nee, dat moet léuk. Met digitale programma’s of in spelvorm, tijdens de les.

Als je het waagt om huiswerk op te geven dat gewoon uit het hoofd moet worden geleerd, volgt er gelijk een mail van een ouder dat Quinoa écht niet alleen maar samenvattingen kan maken en jaartallen uit haar hoofd kan leren, want dat is zó zonde van haar weekend!

Afwisseling is zeker nodig maar niet vereist

Ik ben naast pubercoach ook docent, mocht je dat nog niet weten. Ik hou enórm van afwisseling in mijn lessen. Als ik kennis op een leuke manier kan overbrengen, doe ik dat. Maar het is niet mijn doel ‘leuk les te geven’. Het is mijn doel om kennis over te brengen – soms moet je dan gewoon rijtjes en regeltjes stampen.

Om een huis te bouwen moet je ook eerst een goede fundering leggen. Grammaticaregels, Duitse naamvallen, Franse rijtjes le en la, onregelmatige werkwoorden in het Engels: je moet het erin stampen, zodat je daarna vloeiende zinnen kunt vormen. Zonder een fundering stort het hele zooitje in.

Dus als die pubers op vakantie in vloeiende volzinnen telefoonnummers willen uitwisselen met die geweldige vakantieliefde, moeten ze eerst leren hóe ze die mooie zinnen opbouwen.

Maar pubers letten toch niet op als de les saai is?

Ja, dat weet ik. En het is ook voor mij als leraar stomvervelend als pubers niet opletten omdat ze zich door saaie lesstof moeten worstelen. Er is dan een andere aanpak nodig om de aandacht van die pubers te trekken én vast te houden.

Maar weet je wat het is, die pubers kijken dwars door alle goedbedoelde pogingen tot ‘leuk doen’ heen. En op een gegeven moment vinden ze al die interactieve, gezellige en vooral léuke werkvormen óók dodelijk saai. Echt waar.

Ga maar na, hoe vaak hoor jij jouw puber enthousiast roepen: ‘Joepie, we mogen wéér in groepjes samenwerken! Gezellig!’

Niet heel vaak toch?

Dat bedoel ik.

Wat werkt dan wél?

Heel simpel: pubers gedijen het beste bij duidelijkheid. Als ze weten dat iets ‘saai’ gaat worden, is dat maar duidelijk en hebben ze echt een stuk minder behoefte om daarover te zeuren (niet in je gezicht althans 😊).

Als je daarbij ook nog uitlegt dat dit even nodig is, omdat ze daarna weer verder kunnen met leukere zaken, blijken ze hele schappelijke wezens. Zeker als de leraar de situatie met humor benadert, is het saaie lesuur zo voorbij. Die pubers hebben lang niet zoveel behoefte aan afwisseling en leukigheid als wij denken.

En als ze alsnog zeuren dat het saai is, zeg ik altijd: ‘Saai? Ik?! Hahaha, jammerdebammer voor jou joh!’