Hoe jij jouw ongemotiveerde puber kunt helpen

Hoe jij jouw ongemotiveerde puber kunt helpen

‘Ik wou dat mijn puber wat ging doen voor school. Hij hangt maar op de bank en voert geen klap uit. Ik maak me zorgen!’

‘Mijn dochter zit in haar examenjaar. Ze begon zó goed, maar daarna kwamen de eerste onvoldoendes. Nu is ze niet meer gemotiveerd… ik heb geen idee hoe ze dit jaar gaat slagen!’

Je zoekt de magische formule om jouw puber in beweging te krijgen.

Zodat hij uit zichzelf aan zijn schoolwerk begint. Nooit meer ruzies, frustraties en strijd. Hallo, harmonie, vrede en regenbogen!

Helaas.

Er is geen magische formule.

Wellicht verwacht je nu op z’n minst drie tips waardoor jouw puber acuut gemotiveerd is voor school.

Sorry, ook die ga je niet van mij krijgen.

Een puber kun je namelijk niet ineens motiveren voor school en al helemaal niet als jij zijn ouder bent.

Voor alle duidelijkheid: pubers zijn heus wel gemotiveerd om goede cijfers te halen. Ze zijn alleen niet altijd gemotiveerd om te doen wat daarvoor nodig is.

Vaak weten ze niet eens wat er nodig is. En als je het niet weet, is het makkelijker om gewoon helemaal niks te doen. Volkomen onlogisch voor ons, volstrekt duidelijk voor je puber.

Eigenlijk komen pubers alleen in actie als zij:

  1. Iets moeten
  2. Iets leuk vinden

Als jouw puber iets leuk vindt, zal hij interesse tonen en vanzelf aan de slag gaan. Daar heb jij als ouder weinig werk aan.

Het wordt pas lastig als hij iets niet leuk vindt, maar dit toch moet doen. Schoolwerk bijvoorbeeld.

Als jouw puber geen zin heeft om aan school te werken, hoor je jezelf regelmatig roepen ‘dat jij ook weleens iets moet doen waar je geen zin in hebt’. Of je komt met oplossingen, terwijl je weet dat je kind nooit zit te wachten op jouw oplossingen.

Je puber weet op zo’n moment echt wel dat hij niet goed bezig is. Hem daar voortdurend op wijzen, werkt alleen maar ontmoedigend en averechts. Niemand vindt het leuk om steeds te horen dat hij verkeerd bezig is – daar zou jij zelf ook opstandig van worden.

Wat hebben ze dan wél nodig?

Wat jouw puber écht nodig heeft is een luisterend oor en begrip. Daar kan jij hem prima mee helpen!

Hoe jij als ouder jouw ongemotiveerde puber kan helpen

Heeft jouw puber voor de zoveelste keer geen zin in school, vraag hem dan wat er aan de hand is. Vaak heeft die tegenzin niks met motivatie te maken. Er zijn andere oorzaken. Een ruzie op school, of faalangst. Onzekerheid, vermoeidheid of toch gewoon die luiheid.

Het kan van alles zijn, en al vind jij de reden niet sterk, blijf luisteren. Neem zijn verhaal serieus. Soms zijn docenten écht heel stom en geven ze écht heel veel huiswerk. Het kan geen kwaad om dat als ouder te erkennen. Hierdoor voelt jouw puber zich gehoord en merkt hij dat jij oprechte belangstelling toont.

Blijf in gesprek.

Het helpt daarbij enorm als jij vragen stelt waardoor hij zelf gaat nadenken over het eigen gedrag. Als hij zélf tot de conclusie komt dat het in zijn eigen belang is om in actie te komen, raakt hij gemotiveerd om dit ook daadwerkelijk te doen.

Maak aan het eind van het gesprek afspraken over wat hij gaat doen en wanneer hij dat gaat doen. Dat geeft duidelijkheid en rust.

Als jij deze punten blijft toepassen krijgt jouw puber het gevoel dat er altijd iemand is die hem steunt en voor hem klaarstaat als hij dat nodig heeft. Dát is de meest krachtige motivatie die er is.

Saai? Jammerdebammer joh!

Saai? Jammerdebammer joh!

Ik denk dat het met één docent begon die wel eens ‘wat anders’ wilde en dat daarna steeds meer docenten het zijn gaan overnemen en het uiteindelijk een vast uitgangspunt werd.

Waar ik het over heb?

Het verschijnsel dat lessen niet meer saai mogen zijn voor pubers. Grammaticaregels moeten vooral op verschillende, liefst digitale, manieren worden aangeboden en mogen vooral niet worden gepresenteerd als ‘regels die je nou eenmaal moet leren’.

Leerlingen woordjes in het hoofd laten stampen staat bijna gelijk aan vloeken in de kerk. Nee, dat moet léuk. Met digitale programma’s of in spelvorm, tijdens de les.

Als je het waagt om huiswerk op te geven dat gewoon uit het hoofd moet worden geleerd, volgt er gelijk een mail van een ouder dat Quinoa écht niet alleen maar samenvattingen kan maken en jaartallen uit haar hoofd kan leren, want dat is zó zonde van haar weekend!

Afwisseling is zeker nodig maar niet vereist

Ik ben naast pubercoach ook docent, mocht je dat nog niet weten. Ik hou enórm van afwisseling in mijn lessen. Als ik kennis op een leuke manier kan overbrengen, doe ik dat. Maar het is niet mijn doel ‘leuk les te geven’. Het is mijn doel om kennis over te brengen – soms moet je dan gewoon rijtjes en regeltjes stampen.

Om een huis te bouwen moet je ook eerst een goede fundering leggen. Grammaticaregels, Duitse naamvallen, Franse rijtjes le en la, onregelmatige werkwoorden in het Engels: je moet het erin stampen, zodat je daarna vloeiende zinnen kunt vormen. Zonder een fundering stort het hele zooitje in.

Dus als die pubers op vakantie in vloeiende volzinnen telefoonnummers willen uitwisselen met die geweldige vakantieliefde, moeten ze eerst leren hóe ze die mooie zinnen opbouwen.

Maar pubers letten toch niet op als de les saai is?

Ja, dat weet ik. En het is ook voor mij als leraar stomvervelend als pubers niet opletten omdat ze zich door saaie lesstof moeten worstelen. Er is dan een andere aanpak nodig om de aandacht van die pubers te trekken én vast te houden.

Maar weet je wat het is, die pubers kijken dwars door alle goedbedoelde pogingen tot ‘leuk doen’ heen. En op een gegeven moment vinden ze al die interactieve, gezellige en vooral léuke werkvormen óók dodelijk saai. Echt waar.

Ga maar na, hoe vaak hoor jij jouw puber enthousiast roepen: ‘Joepie, we mogen wéér in groepjes samenwerken! Gezellig!’

Niet heel vaak toch?

Dat bedoel ik.

Wat werkt dan wél?

Heel simpel: pubers gedijen het beste bij duidelijkheid. Als ze weten dat iets ‘saai’ gaat worden, is dat maar duidelijk en hebben ze echt een stuk minder behoefte om daarover te zeuren (niet in je gezicht althans 😊).

Als je daarbij ook nog uitlegt dat dit even nodig is, omdat ze daarna weer verder kunnen met leukere zaken, blijken ze hele schappelijke wezens. Zeker als de leraar de situatie met humor benadert, is het saaie lesuur zo voorbij. Die pubers hebben lang niet zoveel behoefte aan afwisseling en leukigheid als wij denken.

En als ze alsnog zeuren dat het saai is, zeg ik altijd: ‘Saai? Ik?! Hahaha, jammerdebammer voor jou joh!’

Hoe ga je om met jouw rol als stiefmoeder in je samengestelde gezin?

Hoe ga je om met jouw rol als stiefmoeder in je samengestelde gezin?

Ik heb een stiefdochter. Ze heet S.

S. hoort bij manlief én bij mij.
Ik heb veel geluk met S. Ze ziet mij als haar tweede moeder en we hebben een goede band.

Toch vind ik stiefmoeder zijn niet altijd makkelijk. Je bent niet de moeder maar je neemt wel de moederrol op je. Zeker als je dan zelf ook kinderen hebt, vraagt het geduld, creativiteit en uithoudingsvermogen om de juiste balans te vinden. Je voelt je verantwoordelijk voor het welzijn van iedereen in jouw gezin en voor de harmonie in huis. Niet dat dat alleen jóuw verantwoordelijkheid is, maar zo zitten veel moeders nu eenmaal in elkaar.

Je neemt de moederrol op je, maar je bént hun moeder niet

Je stiefkinderen hebben een moeder die verantwoordelijk is voor hun welzijn en samen met jouw partner de belangrijke beslissingen neemt. Zelfs als deze beslissingen lijnrecht tegenover jouw opvattingen staan, heb jij je er maar bij neer te leggen.

Voor jouw kinderen ben jij ‘mama’, hun veilige haven. Voor jouw stiefkinderen ligt dat anders. Voor hen gaat het niet om jou, maar om de relatie met hun vader. Jij bent bijzaak.

De grootste bron van irritatie in samengestelde gezinnen is het verschil van inzicht over opvoeding. Van jouw partner mag zijn zoon de hele dag op zijn telefoon Youtube kijken, die van jou mag dat niet. Bloedirritant, zo’n kind dat de hele dag aan zijn mobiel geplakt zit. Je hebt er regelmatig ruzie over met je partner en je voelt je er schuldig over dat je je ergert aan het kind. Hij kan er ook niks aan doen dat zijn ouders gescheiden zijn.

Hoe zorg je ervoor dat de sfeer in huis leuk blijft?

Het antwoord is: communiceren en blijven communiceren. In eerste instantie vooral met je partner.

Ik maak regelmatig mee dat er weerstand is naar het stiefkind, omdat de partner het gedrag toestaat. Als ik vraag waarom de partners hierover niet met elkaar praten, krijg ik als antwoord: ‘Ja maar, hij gaat mij toch niet begrijpen!’

Als je niks zegt, worden je irritaties alleen maar groter. Deel regelmatig je gevoelens met elkaar. Zorg er samen voor dat jullie op dezelfde golflengte komen wat betreft de opvoeding van alle kinderen.

Praat ook als gezin met elkaar over kwesties en irritaties, op een vast moment in de week. Als je wacht tot een uitbarsting kun je zo’n gesprek niet op een neutrale toon voeren. Geef hierbij ruimte aan de inbreng van alle kinderen.

Geef het de tijd

Het is logisch dat je een harmonieus gezin wilt vormen met je nieuwe partner en jullie kinderen. Sommige dingen kun je alleen niet dwingen. In een samengesteld gezin duurt het 4 tot 7 jaar voordat er een evenwicht ontstaat waar iedereen zich goed bij voelt. Dus neem de tijd, het hoeft echt niet van vandaag op morgen perfect te zijn.

Het beste wat je als stiefmoeder kunt doen is een neutrale positie innemen. Laat je stiefkind weten dat je er voor hem bent als hij je nodig heeft en praat nooit maar dan ook nooit negatief over zijn moeder.

De kans is groot dat je stiefkind op een dag vanzelf toenadering zoekt. Dat gebaar heeft meer impact op jullie band dan welke actie dan ook die je zelf wilde bewerkstelligen.

Drie tips die jou helpen bij het loslaten van je brugklasser

Drie tips die jou helpen bij het loslaten van je brugklasser

Zijn overvolle rugzak ligt vastgesnoerd op de bagagedrager van zijn gloednieuwe fiets. Zijn haren zitten strak in de gel en hij heeft de ‘juiste’ outfit aan.  

Hij is blij.

En hij heeft er zin in. 

Zijn eerste dag naar de middelbare school. 

Gisteravond heb ik samen met hem gecheckt of hij echt al zijn spullen had ingepakt. Zijn grote zus deelde nogmaals al haar nuttige tips over de eerste dagen in de brugklas. Hij was er vrij relaxt onder, terwijl wij als gestreste kippen om hem heen draaiden. 

Met mijn mobiel in de aanslag sta ik klaar om zijn vertrek te filmen.

‘En? Ben je er klaar voor?’
Hij zegt heel stellig: ‘Ja!’ 

Onwennig kijkt hij in de camera. Ik hóór hem denken: ‘Maahaamm….’ 

We zwaaien hem uit totdat hij de hoek om is.

En dan is hij weg.

Ken je die moeders die helemaal emo worden omdat hun kind naar de middelbare gaat? Ze vinden het zó erg dat hun kind van de basisschool af is. Geen gesprekken meer bij het hek, geen leuke traktaties maken voor verjaardagen, geen partijtjes en speeldates meer. Ze denken vol weemoed terug aan de momenten dat hun kind trots thuiskwam en mooie knutselwerkjes liet zien. 

Ik ben niet zo’n moeder. Ik voel me ongemakkelijk bij die gesprekken bij het hek. Die traktaties en partijtjes bezorgden mij altijd stress en ik heb echt een enorme hekel aan het woord ‘werkjes’. 

Nee hoor, ik keek uit naar het moment dat mijn oudste zoon eindelijk naar de middelbare kon. Hij was al een tijdje klaar met groep 8 en was toe aan een volgende stap in zijn ontwikkeling. En die stap juichte ik van harte toe. Mooi, laat maar komen! Geen probleem! De middelbare school is mijn terrein, die snap ik. 

En toch… ik slik de brok weg in mijn keel. Zo’n volgende stap is ook een stap verder weg van mij. Van zijn moeder. 

 Ik moet hem weer een beetje loslaten. En dat is niet makkelijk.

 

Waarom loslaten van je brugklasser zo moeilijk is

Op de basisschool werd ik gék van al die k**nieuwsbrieven. Zodra je kind in de brugklas zit krijg je veel minder informatie. Je kind wordt geacht zelf zijn zaken te regelen; hij bepaalt wat jij te horen krijgt.  

Dat is even slikken, voor een moeder. Het voelt alsof je minder nodig bent. Jij was altijd degene tot wie hij zich wendde als hij hulp nodig had. Nu heeft hij een leven buiten de deur waar jij niks van weet en dat ben je niet gewend.

 

Drie tips die jou helpen bij het loslaten van je brugpieper

  1. Heb vertrouwen. Nee, het zal niet allemaal van een leien dakje gaan. Jullie zullen voor onverwachte situaties komen te staan. Hij zal zijn spullen vergeten en zijn kluissleutel of schoolpas kwijtraken. Cijfers zullen tegenvallen. Hij zal eruit worden gestuurd tijdens de les en ruzie maken met nieuwe vrienden. Geeft niks, hoort er allemaal bij. Hij ligt daar niet wakker van en jij hoeft dat zeker ook niet te doen. 

 2. Je puber is er klaar voor. Dit is een stap in zijn ontwikkeling die hij nodig heeft. Jij helpt je puber niet door hem krampachtig vast te houden. Jij bent er misschien nog niet klaar voor, maar je puber is dat wél. 

 3. Praat erover. Ik weet dat ik dit blijf herhalen als een langspeelplaat die is blijven steken, maar écht, het helpt. Neem de eerste weken de tijd om aan de nieuwe situatie te wennen. Ga daarna samen om tafel zitten en praat elkaar even bij. Als het nodig is kun je duidelijke afspraken maken of zaken die anders moeten.

 

post Komt goed

En wat betreft dat nodig zijn: je puber zal je nog steeds nodig hebben. Alleen nu op een andere manier dan voorheen.

Ik wens jou veel plezier met deze nieuwe stap. Het kan namelijk ook gewoon heel leuk zijn! Met mijn zoon is het ook goed gekomen. Die gaat nu naar de eindexamenklas. 

Maar dat is weer een mooi verhaal voor een nieuwe blog 😉. 

Wat je puber kan leren van jouw blunders

Wat je puber kan leren van jouw blunders

Knikkende knieën, trillende handen: alleen dénken aan wat fout kan gaan, brengt het zweet op je rug.

Die presentatie waar de grote baas bij zit.
Het sollicitatiegesprek voor die droombaan.
Je eerste date met de potentiële vader van je kind.

Allerlei goeroes roepen dat je juist móet falen, omdat je daar het meeste van leert. Als je het meemaakt, is er alleen geen bal aan. Het zal best dat je er beter van wordt, maar op het moment zelf is het gewoon een stomme ervaring die je graag had willen missen.

Voor pubers is falen een graadje erger

Daar waar volwassenen nog hun schouders kunnen ophalen en denken ‘Meh, volgende keer beter’, stort voor pubers hun wereld in als iets niet ging zoals ze wilden. Voor hen is het lastig om te overzien dat een keer mislukken betrekkelijk is en dat het drama wel overwaait.

Als je puber gefrustreerd thuiskomt omdat haar presentatie is mislukt, wil jij haar troosten. Jij weet immers dat het geen ramp is om af en toe op je plaat te gaan. Maar op je goedbedoelde: ‘Ach joh, geeft niks. Volgende keer beter’ reageert zij alsof ze door een wesp is gestoken. ‘Je begrijpt er ook niks van! Laat me met rust!’

Hoe kun je je puber dan wél helpen?

Erken allereerst haar emotie. Voor een puber kan een gênante ervaring écht voelen als het einde van de wereld.

Vertel op een rustiger moment over je eigen ‘faalmomenten’. Zoals die keer dat je de juicy details van je date naar een vriendin wilde mailen, maar de mail bij een collega belandde. Je hebt je toen een week ziekgemeld omdat je hem niet onder ogen durfde te komen. Je puber zal er met je om kunnen lachen. Door dit soort momenten te delen begrijpt zij dat jij het begrijpt.

Kopie van Komt goed

Door faalmomenten te delen, leert je puber:

  • te relativeren (want met jou is het ook goed gekomen);
  • dat falen niet het einde van de wereld is (zie punt 1);
  • dat falen iets is waar je uiteindelijk om kunt lachen (dat hebben jullie net gedaan);
  • dat het normaal is dat je soms faalt.

Laat je puber daarna zelf bedenken wat zij kan doen om beter om te gaan met deze situaties. Die zal ze namelijk vaker meemaken, ze horen bij het leven. En hoe beter ze daarmee om leert gaan, des te makkelijker het wordt om bij een volgende keer sterker in haar schoenen te staan.

Hebben die goeroes toch nog érgens gelijk in.

De 3 Levens van een Puber

De 3 Levens van een Puber

Dat doet mijn kind niet!

Deze zin hoor ik vaker dan mij lief is. Inwendig krimp ik dan altijd een beetje in elkaar, want als ik iets heb geleerd in mijn jarenlange ervaring met pubers is het dat zij thuis lang niet altijd hetzelfde gedrag vertonen als op school.

Drie levens van een puber

Het doet me denken aan een belangrijke levensles die een mentorleerling mij ooit heeft geleerd: ‘Mevrouw, pubers hebben drie levens: één op school, één thuis en één op straat. Denk echt nooit dat uw kind iets niet zal doen omdat hij thuis zo lief is want geloof me, wij zijn op straat en op school echt anders dan thuis’.

In mijn werkpraktijk hoor ik regelmatig van pubers:
‘Ik ben thuis echt anders dan op school’.
‘Als mijn moeder wist hoe ik op school ben kreeg ik slipper, haha!’
‘Leraren zien alleen wat wij willen dat ze zien. Als jullie ons op straat zouden meemaken zouden jullie schrikken!’

Als ik naar de puberBraaf kijk van vroeger is deze wijsheid zéker ook van toepassing. Op school was ik die stoere meid, die haar eigen regels bepaalde en werd ik vaker uit de les gegooid dan dat ik er in zat (‘Wat dachten die leraren wel zeg, ik maakte zélf wel uit wat ik deed ja!’). Op straat was ik met mijn vriendinnen voornamelijk bezig om indruk te maken op die ene leuke jongen (er was er altijd wel één geloof ik). Thuis was ik dat rare meisje met wisselende stemmingen, huilbuien die vooral veel teveel voelde en zich alles aantrok. Ik haalde het zeker niet in mijn hoofd om ook maar iets van mijn leven op school of op straat aan mijn ouders te vertellen, want dan had ik echt vet ruzie in de tent (nu nog voel ik mij ongemakkelijk bij sommige herinneringen van vroeger. Ken je dat gevoel: een combi van schaamte en toch ook weer grinniken? :-)).

Nu ik zelf moeder ben van pubers, heb ik ook privé nog wel aan die zin moeten denken. Zoals die ene keer dat ik vol overtuiging van het gelijk van mijn zoon aan de telefoon zat met een docent. Ik zou haar wel even vertellen dat mijn kind écht wel oplette en hard werkte, wat dacht zij wel niet! Om er vervolgens achter te komen dat zoonlief helemaal niet zo Braaf was als zijn achternaam en de waarheid nogal creatief had weergegeven…hmm…awkward moment en een wijze les voor moeders!

Hoewel niet één van mijn beste, was dat moment wél een geniale eye-opener dat zelfs een ervaren ‘puberdeskundige’ evengoed in de ‘mijn kind doet zoiets niet!’ illusie kan trappen. Niet leuk en confronterend, maar ik ben er achteraf wel blij om. Ik kan sindsdien namelijk ouders recht in de ogen aankijken en oprecht zeggen: ‘Zelfs leuke pubers zoals die van jou en mij kunnen dat écht zeker weten wél doen! Geloof me, been there done that!’